Ga naar inhoud

Medische Protocollen

In spoedeisende situaties zijn snelheid, structuur en prioritering bepalend. Deze pagina bundelt de basiswerkwijze en de meest gebruikte medische protocollen.

Eerste benadering en veiligheid

Bij aankomst op een incidentlocatie geldt altijd de R.A.M.S.-regel:

  • Risico's – Is het veilig om te benaderen?
  • Aantal slachtoffers – Zijn er meerdere gewonden?
  • Mechanisme – Wat is er gebeurd?
  • Staat van het slachtoffer – Bewustzijn, ademhaling, bloeding?

Pas als de situatie veilig is, wordt medische hulp gestart.

ABCDE-beoordeling

Bij alle trauma's of complexe situaties wordt gewerkt volgens het ABCDE-principe:

Stap Wat controleer je Actie
A - Airway Vrije luchtweg? Geen obstructie? Chin-lift, zuigapparatuur, stabiliseren
B - Breathing Ademhaling aanwezig? Snelheid? Zuurstof toedienen, beademen
C - Circulation Bloeding? Pols? Kleur van huid? Stelpen, infuus, shockherkenning
D - Disability Bewustzijn? Pupilreactie? AVPU-score Neurologisch onderzoek
E - Exposure Letsels zichtbaar? Temperatuur? Volledig lichaam controleren

Wondverzorging

Kleine wonden / schaafwonden

  • Reinig de wond met steriele zoutoplossing
  • Breng een steriel gaasje en pleister aan
  • Geef uitleg aan de patient over zelfzorg

Snij- of steekwonden

  • Bloed stelpen met drukverband
  • Reinig de omgeving van de wond
  • Bij diepe wonden: fixeren en eventueel spoedtransport
  • Altijd melding maken bij geweldsindicatie

Schotwonden

  • Direct druk uitoefenen op de wond
  • In- en uitgang controleren en beide afdekken
  • Let op shockverschijnselen
  • Altijd A1-vervoer en melding aan politie

Reanimatie

Basishandeling

Bij bewusteloos slachtoffer zonder ademhaling:

  • Controleer bewustzijn door aanspreken en schudden
  • Controleer ademhaling, maximaal 10 seconden
  • Start borstcompressies, 30x, tempo 100-120/minuut
  • Geef 2 beademingen indien mogelijk of gewenst
  • Gebruik AED zodra beschikbaar
  • Blijf reanimeren tot:
    • Ambulanceverpleegkundige overneemt
    • Slachtoffer tekenen van leven toont
    • Je fysiek niet meer in staat bent

Reanimatie mag nooit worden gestaakt zonder overleg met een Verpleegkundige of hoger.

CPR-protocol

Toepasbaar bij geen ademhaling en geen hartslag:

  • Controleer bewustzijn en ademhaling
  • Roep via porto medische assistentie in
  • Start direct borstcompressies
  • Vraag om AED en beademingsballon
  • Sluit AED aan en volg instructies
  • Wissel compressies elke 2 minuten af
  • Stop pas bij:
    • Terugkeer van circulatie
    • Overdracht aan hoger medisch personeel
    • Bevestigde dood door Verpleegkundige of hoger

Bevoegdheden

  • Iedereen vanaf rang Broeder mag reanimeren
  • AED-gebruik is toegestaan voor Broeder en hoger
  • Senior Verpleegkundige of hoger mag adrenaline simuleren bij shock in RP-context

Ernstige bloedingen

Voorbeelden: steekwond, amputatie, open botbreuk.

  • Trek handschoenen aan
  • Druk direct op de wond met steriel verband
  • Leg indien nodig een tourniquet aan
  • Verhoog het aangedane lichaamsdeel
  • Observeer op shockverschijnselen
  • Leg vast hoeveel bloedverlies er is en wanneer de tourniquet geplaatst is

Bevoegdheden

  • Tourniquetgebruik is toegestaan vanaf Broeder
  • Toediening van vocht alleen bij Verpleegkundige of hoger
  • Amputaties of traumawonden worden gecoördineerd door Senior Verpleegkundige of hoger

Botbreuken & kneuzingen

  • Immobiliseer het getroffen lichaamsdeel
  • Controleer circulatie, motoriek en gevoel (CMG)
  • Gebruik spalk of vacuümspalk indien beschikbaar
  • Bied pijnstilling alleen via Verpleegkundige of hoger
  • Vervoer met zorg en stabiliseer tijdens transport

Brandwonden

  • 1e graads: roodheid, lichte zwelling
  • 2e graads: blaren, hevige pijn
  • 3e graads: witte of verkoolde huid, gevoelloosheid

Stappen

  • Koel direct met lauw stromend water, minimaal 10 minuten
  • Dek steriel af met speciale brandwondenverbanden
  • Beoordeel luchtweg en rookinhalatie
  • Verwijs patient naar SEH bij 2e of 3e graads brandwonden
  • Meld chemische of elektrische brandwonden direct aan Teamleider

Schot- en steekwonden

Altijd als potentieel forensisch incident behandelen.

  • Controleer vitale functies
  • Laat wapen of projectiel in het lichaam zitten
  • Dek wond steriel af en immobiliseer
  • Start wonddruk indien bloeding aanwezig
  • Meld aan politie via meldkamer
  • Officier of Commandant beslist over informatie-uitwisseling

Bewusteloosheid & intoxicatie

Voorbeelden: alcoholvergiftiging, drugs, koolmonoxide, hypoglykemie.

  • Controleer bewustzijn en ademhaling
  • Leg in stabiele zijligging als het slachtoffer ademt
  • Check pupillen en ademgeur
  • Gebruik zuurstof indien beschikbaar
  • Glucose toedienen bij vermoeden van lage suikerspiegel alleen door Verpleegkundige of hoger

Shockherkenning en behandeling

Symptomen

  • Bleke, koude huid
  • Snelle hartslag en lage bloeddruk
  • Verwardheid of angst

Acties

  • Leg de patient plat met benen omhoog
  • Dek toe tegen onderkoeling
  • Observeer vitale functies
  • Dien zuurstof toe
  • Senior Verpleegkundige of hoger mag vocht en medicatie simuleren in RP-context

Speciale casussen

Situatie Aanpak
Bevalling Ondersteun moeder, bel ziekenhuis, bereid transport voor
Kind (0-8 jaar) Reanimeer volgens kinder-CPR (15:2 compressie)
Suicide(poging) Altijd psychische melding en begeleiding via politie
Infectie / biologische stof Trek beschermende kleding aan en markeer locatie

Afhandeling en rapportage

  • Iedere inzet vereist een korte mondelinge overdracht aan het ziekenhuis volgens SBAR.
  • Binnen de dienst wordt een zorgregistratieformulier ingevuld.
  • Incidenten met geweld, drugs of dodelijke afloop worden gerapporteerd aan een Teamleider of Officier.

Medische bevoegdheden per rang

Behandeling Zorgassistent Broeder Verpleegkundige Senior verpleegkundige
Basisverwonding
Reanimatie
Zuurstoftoediening
AED-gebruik
Injecties / infuus
Pijnbestrijding
Beslissen vervoer A1/B