Ga naar inhoud

Wetgeving & Bevoegdheden

Medisch personeel binnen Metro Stad opereert onder een mix van RP-wetgeving, morele verantwoordelijkheden en geprotocolleerde bevoegdheden. Deze regels beschermen burgerrechten en bakenen de rol van de Ambulancedienst af.

Medische geheimhouding en dossierplicht

Alle informatie over patienten valt onder strikte geheimhouding.

Uitzonderingen

  • Dreigend gevaar voor derden of de patient zelf
  • Op bevel van een rechter of Officier van Justitie
  • In overleg met politie bij strafbare feiten, uitsluitend door Officier of Commandant

Overtreding van het beroepsgeheim leidt tot disciplinaire maatregelen tot aan ontslag.

Alles wat een patient zegt of ondergaat valt onder medisch beroepsgeheim. Meldplicht geldt bij:

  • Suicide(poging)
  • Aanslag of dreiging
  • Kindermishandeling

Dossiers in RP-context

  • Worden aangelegd bij langdurige zorg
  • Kunnen worden ingezien door arts indien aanwezig in RP
  • Politie heeft geen toegang zonder toestemming of bevel

Behandelbevoegdheid en aansprakelijkheid

  • Iedere rang heeft een vastgelegde behandelbevoegdheid
  • Handelingen buiten deze bevoegdheid zijn niet toegestaan zonder supervisie van een hoger geplaatste
  • In acute situaties mag van protocollen worden afgeweken als dit aantoonbaar levensreddend is
  • De verantwoordelijke behandelaar is hoofdelijk aansprakelijk voor zijn of haar handelingen

Dwang, weigering en wilsverklaring

Patienten hebben het recht om hulp te weigeren, tenzij:

  • Zij acuut gevaar vormen voor zichzelf of anderen
  • Zij wilsonbekwaam zijn, bijvoorbeeld bewusteloos, onder invloed of psychotisch

In die gevallen mag medische zorg zonder toestemming worden toegepast.

Bij herhaalde weigering terwijl de situatie levensbedreigend is:

  • Overleg met Teamleider of Officier
  • Eventueel politie inschakelen

Gebruik van geweld en zelfverdediging

  • Ambulancepersoneel is niet bevoegd tot actief geweldgebruik
  • In geval van bedreiging:
    • Direct melden via porto (status 0)
    • Terugtrekken indien mogelijk
    • Wachten op politieondersteuning
  • Fysieke zelfverdediging is alleen toegestaan in uiterste noodzaak en moet proportioneel zijn

Prioriteitsstatussen

Status Omschrijving Gebruik
A1 Levensbedreigend, spoedrit met sirene Reanimatie, bewusteloosheid, shock, trauma
A2 Spoed zonder sirene Breuken, niet-levensbedreigende pijn
B Niet-spoedeisend vervoer Transfers ziekenhuis, geplande zorg

Alleen Verpleegkundige of hoger beslist over het type vervoer.

Juridische samenwerking met politie en brandweer

  • Bij strafbare feiten zoals steek- en schotwonden mag informatie uitsluitend gedeeld worden door Commandant of Officier
  • Overdracht van patienten aan politie kan alleen na:
    • Medische stabilisatie
    • Beoordeling van hun toerekeningsvatbaarheid
  • Brandweer en ambulance werken gelijkwaardig samen bij technische reddingen, brandwonden en gevaarlijke stoffen

Fouten, incidenten en overlijdens

  • Fouten moeten altijd gemeld worden bij Teamleider of hoger
  • Anonieme rapportage is mogelijk via het interne meldsysteem
  • Ernstige incidenten leiden tot:
    • Interne evaluatie
    • Mogelijke schorsing, hertraining of ontslag

Overlijden & forensische zaken

  • Alleen Verpleegkundige of hoger mag een overlijden vaststellen
  • Bij twijfel of geweldsindicatie: lichaam niet verplaatsen en direct politie inschakelen
  • Overledenen worden overgedragen aan:
    • Politie bij strafzaak
    • Mortuariumdienst bij natuurlijke dood
    • Familie, indien daartoe gemachtigd

Algemene juridische status binnen RP

De Ambulancedienst valt binnen Metro Stad onder de fictieve Wet op de Spoedeisende Medische Hulpverlening (WSMH).

  • Ambulancemedewerkers zijn geen politiefunctionarissen
  • Zij hebben beperkte bevoegdheid tot noodhandelen bij direct levensgevaar
  • Zij mogen geen burgers fouilleren, arresteren of ondervragen

Uitzondering

Een Commandant of Officier mag in levensbedreigende situaties tijdelijke instructies geven aan burgers, mits dit de veiligheid bevordert, bijvoorbeeld evacuatie of noodsluiting van een weg.

Bevoegdheden per rang

Rang Bevoegdheden (RP)
Zorgassistent - Broeder Uitvoeren medische handelingen onder supervisie
Verpleegkundige Zelfstandig medische beslissingen nemen in het veld
Senior Verpleegkundige Triage, leiding nemen bij incidenten, noodhandelingen uitvoeren
Teamleider Verantwoordelijk voor inzetcoördinatie en rapportage
Officier Geeft bevelen tijdens grote inzetten, onderhoudt contact met politie
Commandant Vertegenwoordigt de Ambulancedienst juridisch en operationeel

Ingrijpen bij gevaarlijke situaties

Ambulancepersoneel mag in actie komen als:

  • Er direct levensgevaar is
  • De situatie medisch urgent is
  • Politie nog niet ter plaatse is

Voorbeelden

  • Breken van een voertuigruit om slachtoffer te bevrijden
  • Noodtoegang tot een woning bij medische noodoproep
  • Handmatig wegverkeer stilleggen bij reanimatie op straat

Altijd rapporteren aan Teamleider of hoger.

Gebruik van sirenes en voorrang

Volgens de WSMH mag een ambulance alleen met zwaailicht en sirene rijden als:

  • Er sprake is van spoedeisende hulp
  • Dit is goedgekeurd door meldkamer of hoger

Verkeersregels mogen alleen genegeerd worden als:

  • Er geen direct gevaar voor anderen ontstaat
  • De chauffeur een geldige rijbevoegdheid heeft

Bij misbruik kan een sanctie volgen.

Niet-toegestane geweldsmiddelen

Ambulancepersoneel mag nooit:

  • Wapens dragen
  • Pepperspray, taser of verdedigingsmiddelen gebruiken
  • Actief deelnemen aan gevechten, arrestaties of achtervolgingen

Enkel passieve zelfverdediging is toegestaan bij direct gevaar. Daarna: terugtrekken, status 0 melden en hulpdiensten alarmeren.

Disciplinair optreden

Overtreding van deze wetgeving kan leiden tot:

  • Mondelinge waarschuwing
  • Tijdelijke schorsing van diensten
  • Definitief ontslag uit de dienst

De beslissing hierover ligt bij de Commandant.